Just Enough: precíes genoeg hebben. En dat op een rechtvaardige manier. Dat is wat ik persoonlijk nastreef en dat is waar ik me als vrijwilliger voor inzet hier bij Just Enough. Tegelijkertijd leef ik een “reizend” leven: mijn gezin en ik wonen nu al meer dan een jaar in een camper. Veel mensen lijken te denken dat reizen indruist tegen een leven van genoeg, maar mijn ervaring is dat het tegendeel waar is. Een reizend leven versterkt juist een leven van genoeg. Ik deel er graag wat meer over.
Minimalistisch en verbonden
Wie kent het gevoel niet, dat op vakantie alles simpeler is. Een gebrek aan comfort heet dan ineens “romantisch”. Minder spullen is “praktisch”. Een tent, een te kleine tafel, voor iedereen gezinslid precies 1 stoel en 1 set bestek: op een camping is dat normaal. Afwas doen met de hand? Thuis geen optie, maar op de camping “gezellig”.
Dat “gezellig” boort een vaak vergeten maar cruciaal onderdeel aan van een leven van genoeg: verbondenheid. Gezamenlijk afwassen levert een praatje op met de buurman of buurvrouw. Contact met vreemden wordt gewaardeerd. Er is ook meer tijd voor, want de prestatiedruk van werk, sport en andere agenda opslokkende activiteiten is er weg.

De route vragen, eten delen, op elkaars kinderen passen, op andere manieren hulp aanbieden of vragen: allemaal cruciale onderdelen van een vervullend leven, als je het mij vraagt. En allemaal zaken die we op vakantie zo waarderen.
Ook wie niet voor een camping kiest, maar voor een hotel, hostel of lodge, ontkomt niet aan een minimalistischer en verbondener leven. Je spullen zijn beperkt tot wat er in je bagage past. En je komt onherroepelijk andere mensen tegen dan in je normale bubbel.
Hoe je dus ook reist: backpackend, kamperend of in luxe lodges: het inspireert tot minimalistischer en verbondener leven. Tot een leven van genoeg, zou je kunnen zeggen.
Vrijheid
Ooit fietsten mijn vrouw en ik van Cambodja naar Nederland. Het was een nogal spontaan plan. Tijd om de beste fiets uit te zoeken of om onze bagage te optimaliseren was er niet. Een grote tas met waardevolle spullen ging met een Nederlandse vriendin mee op het vliegtuig. Wat we echt nodig hadden ging in twee tassen achterop de fietsen. Alle andere bezittingen die we in Cambodja vergaard hadden, werden verkocht of weggegeven.
We hadden niet eens een tent of warme kleren bij ons. Er leven mensen onderweg, dus zullen we onderweg ook de spullen vinden die we nodig hebben, was het motto. In de bijna 8 maanden die we onderweg waren, hadden we echt genoeg aan wat er achterop de fiets paste. Het was heerlijk. Het gevoel van vrijheid dat je alles wat je nodig hebt bij je hebt en dat je overal heen kan. Terug in Nederland verbaasden we ons over hoe snel we wenden aan meer spullen om ons heen.
Leven van genoeg faciliteert reizen
Een leven van genoeg creëert ruimte om te kunnen reizen. Want: wie gewend is aan een minder spilzuchtige levensstijl bouwt sneller een spaarpot op, waar je onderweg ook nog langer mee kunt doen. Zo simpel is het.
Voor ons is een reizend leven mogelijk, omdat we een aantal jaren geleden besloten om kleiner te gaan wonen, om de auto weg te doen en om ook op andere vaste kosten te besparen. Dat leverde lagere maandlasten op én heel veel vrijheid. We gingen flexibeler werken, hadden meer tijd voor de kinderen, voor familie en voor vrienden. Na een tijdje besloten we om die vrijheid ook te gebruiken om te reizen.
In 2021 trokken we we een half jaar door Oost-Europa en de Balkan. En sinds 2024 zijn we permanent op reis. Via Frankrijk, Oostenrijk, Slovenië en een winter op Sardinië reisden we naar Griekenland en weer door de Balkan naar Nerdeland voor familiebezoek. Daarna gingen we via Frankrijk, Spanje en Portugal naar Marokko. Inmiddels zijn we weer op Sardinië.
Reizen geeft de motivatie voor een leven van genoeg
Wat mij naast inspiratie ook veel motivatie geeft om anders te leven is wat we tegenkomen onderweg. Dit is voor mij het meest bepalen: wie verder reist ziet meer van de wereld. En persoonlijk zie ik veel dingen die ik graag anders zou zien.
Als westerlingen reizen we graag naar plekken waar het leven wat goedkoper is. Balkan, Zuid-Europa, Azië, Afrika. En wat vertrekt er omwille van de lagere kosten ook daarheen? Juist: arbeid. Uit onderzoek van Paul Schenderling en Matthias Olthaar blijkt dat op dit moment 13,7 miljoen (!) mensen in het mondiale Zuiden onder slechte omstandigheden werken, alleen al voor de Nederlandse consumptie.
In Zuid-Spanje of Portugal zag ik de seizoensarbeiders uit Afrika werken in de sinaasappel- of tomatenteelt. Toen ik in Vietnam backpackte, hoefde ik niet ver te kijken om kledingarbeiders hutje mutje te zien reizen van en naar hun werk. Wie in Oost-Afrika niet alleen een safari doet, maar ook koffieplantages bezoekt, kan ook daar de slechte arbeidsomstandigheden zien. Of als je net buiten de hoofdstad van Kampala goed kijkt zie je de natuurvernietiging van een beschermd moeras voor onze goedkope valentijnsrozen, zo bleek laatst.
Ik heb hiervan genoeg gezien om te kiezen voor een leven van genoeg. Rechtvaardigheid is een heel belangrijke persoonlijke waarde, en onrecht is wijd verspreid.

Reiservaringen beïnvloedden mijn wereldbeeld
Toen ik werkte in de zonne-energie in Cambodja zag ik kledingfabrieken van binnenuit. Ik woonde er ook op het platteland en was bevriend met mensen die in zulke fabrieken werkten. Met die ervaring op zak wil ik geen fast fashion meer van een mode gigant.
Op onze fietstocht naar Nederland kwamen we langs Aralsk, een voormalige havenstad aan het Aralmeer. Voormalig, omdat er door onverantwoorde irrigatie zo weinig water meer is dat er in die stad wel een haven is, maar geen water. Zo’n surreële ervaring blijft me bij en maakt me erg bewust van mijn direct en indirecte watergebruik.
Enkele weken geleden kwam ik terecht in een illegale kopermijn in Marokko. We waren met de kids in de camper op bezoek bij mensen in de Aouli-kloof. We waren er eerder geweest en wilden die mensen weer opzoeken. Het gebied is bij de avontuurlijkere toerist bekend om de verlaten mijnen. Ooit haalden Franse bedrijven hier grote hoeveelheden koper en lood uit de grond. Nu zijn de mijnen gesloten. Huidige bewoners van het gebied verdienen een zakcentje bij met het zoeken naar fossielen en edelstenen.
Althans, zo lijkt het.
Wie langer kijkt ziet dat de aan toeristen aangeboden stenen bijvangst zijn. Vele mensen gaan nog steeds diep de mijn in en delven in donkere stoffige omstandigheden koper en lood. Dit werk levert maar zo’n 20 euro per week op en is letterlijk levensgevaarlijk. Navraag leert dat de grondstoffen via de hoofdstad Casablanca naar China en India gaan. Vanwaar ze ongetwijfeld via een administratief dwaalspoor in goedkope elektronica terecht komen.
Het was al even geleden dat ik zó direct geconfronteerd werd met de keerzijde van onze consumptiemaatschappij. Het was voor mij weer een bevestiging én motivatie om te blijven zoeken naar wat voor mij precies genoeg is. Om te blijven vertellen waarom ik een rechtvaardigere verdeling wil van de overvloed die we hebben.

Echte vooruitgang
In zijn nieuwjaarsessay schreef Paul Schenderling: ‘Laat de schellen van je ogen vallen en ga de narratieven waarmee onwil en kwade wil in stand worden gehouden zien! Concreet: al die narratieven over materiële en technologische vooruitgang.’
Wie reist ziet letterlijk de andere kant van die narratieven. Die ziet waar onze westerse materiële en technologische vooruitgang voor anderen toe leidt.
Gelijk erna schreef Paul: ‘En zet er een ander verhaal tegenover dat wél op waarden en waarheden gebaseerd is, het verhaal van échte vooruitgang.’
Reisverhalen zijn een prachtige vorm om het verhaal van echte vooruitgang te vertellen. Echte vooruitgang, naar een wereld waarin we sneller tevreden zijn, een vreugdevoller leven hebben en er genoeg is voor iedereen. Een wereld die ik op reis vaak zie.
