Neo-imperialisme is het thema van de nieuwste podcastaflevering van Leven na de groei. Paul en Allard banen zich een weg door het verleden, heden en toekomst van het imperialisme. Ze kijken naar de geschiedenis van het (neo-)imperialisme in Nederland om zo beter te kunnen kijken naar hoe wij vandaag omgaan met het mondiale Zuiden. Wat er vandaag in Iran gebeurt, past daar naadloos bij.
Wat is imperialisme?
Paul stelt een definitie van imperialisme voor, die gebaseerd is op een toespraak van Martin Luther King. Deze definitie stoelt op drie elementen:
- Roof
- Militarisme
- Ideologie

De kern van imperialisme is economische roof. Roof wil zeggen dat je met behulp van systemen iets van anderen, meestal de armen, neemt en herverdeelt naar een kleine groep aan de top. Dit systematische aspect onderscheidt roof van diefstal. Vervolgens is er politieke onderdrukking nodig om die roof in stand te houden, zodat degenen van wie geroofd wordt niet in opstand komen. Heel vaak gebeurt met militaire middelen.
Ten slotte is er ook een ideologie nodig om de roof toe te dekken en goed te praten. Imperialisme gebeurt niet per se door een staat. Imperialistische praktijken kunnen ook op kleine schaal voorkomen. De vraag is dus: wordt er geroofd, gebeurt dit met militaire middelen en wordt het toegedekt met mooie praatjes?
Van geplunderde naar plunderaar
In de 15e en 16e eeuw werd Nederland geteisterd door plunderende Spaanse troepen. Met dat geroofde geld werden onder andere de Spaanse troepen zelf betaald die verder konden gaan met hun rooftochten. De Nederlandse boeren en burgerij verenigden zich in de Verenigde Provinciën die geld ophaalden om zich te verdedigen tegen de Spanjaarden. Dit was in het beginsel een anti-imperialistisch project.
Na de bevrijding richtte een deel van de burgers uit de Verenigde Provinciën de Verenigde Oost-Indische Compagnie op. Naar Spaans en Portugees model zetten de Nederlanders in overzeese gebieden handelsposten op en begonnen te plunderden.
Van imperialisme naar neo-imperialisme
In een eerste fase dwong de VOC de boeren in Indonesië om handel met hen te drijven in ruil voor bescherming. Verzet werd gesmoord door slachtpartijen. De Vlaming David Van Reybroeck schrijft in Revolusi (2020) dat in een tweede fase de grootschalige inzet van slaafgemaakten nodig was om de buit van de roof, de opbrengst van alle landgoederen, binnen te halen.
In de derde fase ontstond het cultuurstelsel (1830-1870). Er werd geen gebruik meer gemaakt van slaven, maar van de ‘inheemse’ bevolking. De boeren werden verplicht om op 20% en later 40% van hun land exportgewassen te telen die geveild werden in Amsterdam. Daarvoor kregen ze nauwelijks loon. Een groot deel van de winst werd gebruikt om het militaire apparaat te financieren waarmee het kolonialisme in stand gehouden kon worden.
De Nederlandse staat institutionaliseerde roof met militaire middelen onder het ideologische mom dat ze beschaving bracht in Indonesië. Er was minder geweld nodig, al bleef de militaire dreiging van Nederland zeer belangrijk. Dit leverde veel meer geld op dan de gewelddadige roof van voor 1830. Na het cultuurstelsel ging de onderdrukking verder in de vorm van neo-imperialisme. In 1920 leverde dit naar schatting 13-20% van het Nederlandse nationale inkomen op.
Neo-imperialisme: vijf bronnen van inkomsten
We kunnen bij neo-imperialisme vijf bronnen van inkomsten onderscheiden:
- Roof door de import van producten die gemaakt worden met kunstmatig lage lonen.
- Roof door de import van grondstoffen met kunstmatig lage prijzen.
- Winsten, dividenden en royalty’s van activiteiten van westerse bedrijven in koloniën of handelspartners.
- Rente op schulden van het mondiale Zuiden.
- Gestolen belastinginkomsten van overheden in het mondiale zuiden (bedrijven verkopen in het mondiale zuiden, maar betalen daar geen of weinig belastingen).
Het is duidelijk dat deze bronnen nog lang niet opgedroogd zijn, maar het is niet eenvoudig om ze helemaal bloot te leggen. Het gaat hier over roof die in soms ondoorzichtige structuren is ingewerkt. Paul werkt aan een berekening van hoe groot het percentage van de neo-imperialistische bronnen is op het totale BBP van Nederland in 2026. Vermoedelijk zal dit uitkomen op een vergelijkbaar percentage als 100 jaar geleden en geldt dit voor veel westerse landen. Onder het ideologische mom van vrijhandel rechtvaardigen we dat we op grote schaal producten, grondstoffen en geld uit het mondiale zuiden onttrekken.
Ook de oorlogen in Venezuela en Iran zijn terug te voeren op neo-imperialistisch beleid. De VS willen de toegang tot grondstoffen, voornamelijk olie, verkrijgen of behouden. De vraag die wij ons in Europa moeten stellen, is hoe wij ons na een verleden van roof, in de toekomst willen opstellen ten aanzien van het mondiale zuiden.
Wat kunnen wij doen?
Als individu of gemeenschap is het belangrijk om te benoemen welke bedrijven zich schuldig maken aan neo-imperialistische praktijken. Miljoenen mensen worden slecht betaald om ons goedkope producten en grondstoffen te leveren. We moeten ook de narratieven doorzien en verder kijken dan de mooie praatjes van bedrijven. We kunnen als consument ook minder geld naar de neo-imperialistische stroom laten gaan door te kiezen voor bedrijven die het anders aanpakken. Onze Productwijzer geeft alvast een goede aanzet om bewuster te kiezen.