In 1972 schreef de Club van Rome een bestseller, een rapport onder de titel: Grenzen aan de groei. De berekeningen van het rapport waren helder: economische groei is geen ultiem doel. Ooit houdt het op.
Topeconometriste Gaya Herrington, te gast in deze podcast, berekende in 2021 dat het 50 jaar oude rapport behoorlijk accuraat is. De top van onze groei is in zicht met een ineenstorting van het systeem als gevolg. Uit het boeiende gesprek dat Paul Schenderling en Allard Amelink hadden met Gaya Herrington wordt duidelijk dat we ernst moeten maken met bioregionalisme en wederzijdse afhankelijkheid.
Drie scenario’s voor de toekomst
Opmerkelijk aan Grenzen aan de groei is dat het anders modelleert dan in de klassieke economie. De modellen van de klassieke economie gaan uit van evenwicht, terwijl onze economie dynamisch is en een hoop factoren invloed uitoefenen op elkaar. Ook gaat de klassieke economie uit van de aanname dat de mens een “homo economicus” is, terwijl dat helemaal niet zo is.
Grenzen aan de groei ging niet uit van evenwicht, maar hield men rekening met vijf wereldwijde variabelen: populatie, industriële output, geboorte- en sterftecijfers, algemeen welvaartsniveau en aanwezigheid van grondstoffen. Op basis van die variabelen schreef men drie scenario’s uit:
- Het business-as-usual scenario. Daarin baseerde men zich op data. Als men uitging van voortdurende groei in de industriële output, dan bleek dat er een top bereikt zou worden in welvaartsniveau, gevolgd door een ineenstorting in termen van aanwezigheid van voedsel, maar ook in bevolkingsaantallen.
- Het disaster scenario. Daarin bracht men, bovenop de data, de aanname dat er dubbel zoveel grondstoffen zouden zijn dan men toen dacht. Dan zien we langere groei, maar blijkt de ineenstorting daarna veel dieper.
- Het design scenario (of: sustainable world scenario). Daarin werd de aanname verwerkt dat de mensheid op een bepaald moment zou besluiten dat er genoeg spullen waren. Grondstoffen zouden dan niet meer naar industriële output gaan, maar naar onderwijs en gezondheidszorg. Dan is er nog steeds een top, maar daarna is er geen ineenstorting meer.
Het rapport maakte duidelijk dat groei geen ultiem doel kan zijn, want die groei houdt op een bepaald moment sowieso op. Gaya heeft in haar empirische berekening in 2021 gezien dat we het minst dicht zitten bij het sustainable world scenario en het dichtst bij het business-as-usual scenario. Volgens het rapport uit ’72 zouden we nu ongeveer aan het einde van de groeiperiode zitten en dus aan het begin van de ineenstorting.
Technologie zal ons niet redden
Dertig jaar na het rapport kwam er een update waarin rekening gehouden werd met technologische vooruitgang, met name het efficiënter gebruik van grondstoffen of technieken om vervuiling te verminderen. Uit die update bleek dat technologische vooruitgang een ineenstorting niet voorkomt. Technologie is namelijk onderdeel van het systeem. We kunnen er onze afdruk weliswaar verkleinen, maar in ons systeem van groei wordt steeds gekozen voor meer productie. Daardoor is er continue groei van onze ecologische voetafdruk, ondanks de technologische vooruitgang.
Ineenstorting
Ineenstorting betekent niet dat de mensheid of de maatschappij verdwijnt en evenmin dat we geen grondstoffen of schone lucht meer zullen hebben. Het betekent wel dat we onze mogelijkheid verliezen om met beperkingen om te gaan. De beperkingen volgen elkaar steeds sneller op en het wordt steeds moeilijker om ons eruit te innoveren. Dat is wat we een multicrisis noemen.
Een ineenstorting is niet wenselijk, want die zal tumultueus zijn en gepaard gaan met een hoop ellende. Toch kan het er ook voor zorgen dat vooral de top 1% het meest zal verliezen. En dus, hoewel we geen ineenstorting moeten wensen, zit daarin wel potentieel voor iets nieuws.
Homo economicus of wederzijdse afhankelijkheid
Ondanks de groei die de economie momenteel nog steeds kent, neemt het geluksniveau in westerse landen niet meer toe. In de VS neemt het zelfs wat af. Het laat zien dat de mens geen homo economicus is. Een homo economicus geeft niets om anderen, heeft nooit genoeg en maximaliseert alles. In werkelijkheid hebben mensen behoefte aan connectie met anderen en het gevoel dat hetgeen we doen bijdraagt aan een betere wereld.
Wederzijdse afhankelijkheid, relaties met anderen waarin je geeft en ontvangt, maakt ons uiteindelijk meer mens, geeft ons meer vervulling en brengt echt geluk en vervulling. En dus past een economie die draait om welzijn meer bij ons dan een economie van eindeloze groei.
Er is in een economie die draait om welzijn nood aan lokale gemeenschappen die samenwerken en actie ondernemen. Dat is waar bioregionalisme over gaat. Coöperatieven zijn hier een goed voorbeeld van. We moeten niet alles verwachten van beleid van overheden, maar samen aan de slag gaan en werken en leven binnen de draagkracht van onze omgeving.