Wanneer is een samenleving eigenlijk duurzaam? ‘Als het een plek van verbinding is.’ Dat zeggen Marjolein en Jan-Jaap Bakker, bewoners van de Drentse boerderij de Pluimerije. Verbinden is dus hun missie. Hun drie hectare land hebben ze in vijf jaar omgetoverd tot een sociale voedseltuin, die vol staat met groenten, kruiden, bloemen, fruit, schapen, ganzen, kippen én buurtgenoten die behoefte hebben aan rust, bezinning en gezonde voeding.

Permacultuur
Marjolein en Jan-Jaap laten zich graag inspireren door de permacultuur ethiek: “earth care”, “people care” en “fair share”. Bij permacultuur staat niet de mens centraal, maar het gehele ecosysteem waar de mens onderdeel van uitmaakt. Permacultuur is gericht op de lange termijn en erkent een gedeelde verantwoordelijkheid en afhankelijkheid. Mensen, dieren, planten, de bodem, het water: we zorgen voor elkaar. Het liefst gebeurt dit in een lokale economie, in een gesloten kringloop.
Jan-Jaap vertelt: ‘Met de Pluimerije hebben we zo’n lokale economie opgezet. Met onze drie hectare kunnen we 150 gezinnen (= ongeveer 300 monden) voeden. Vanaf het voorjaar tot en met november komen mensen wekelijks langs om onbespoten groenten, fruit en kruiden te oogsten.
Ongeveer de helft van de mensen heeft een abonnement (dit noemen we een ‘oogstaandeel’) bij ons afgesloten. Zij betalen een vast bedrag per seizoen. De andere helft is een groep mensen die onvoldoende geld heeft om groenten te kopen. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die door de gemeente of door welzijnsorganisaties naar ons worden doorgestuurd. Zij betalen niets. We leveren ook aan lokale voedselbanken. Met ons bedrijfsmodel kunnen wij goed rondkomen én kunnen we delen van de overvloed die het land opbrengt – in het bijzonder dus met de mensen die anders geen budget hebben voor gezond voedsel.’
Plek van verbinding
‘Als er eenmaal verbinding is ontstaan, merk je dat direct omdat er dan van alles gebeurt en ontstaat. Bijvoorbeeld mensen die spontaan komen aanbieden om als vrijwilliger mee te helpen, mensen die met ideeën en initiatieven komen en vriendschappen die hier ontstaan.
Naast de gezamenlijke oogstmomenten hebben we een ‘groene huiskamer’, die functioneert als een ontmoetingsplek. Hier organiseren we workshops en koken we samen. Marjolein heeft een achtergrond in het sociale domein, dus die is er goed in om een luisterend oor te bieden. Verder komen er regelmatig schoolklassen op bezoek, waaraan we op een speelse en laagdrempelige manier laten zien hoe het werkt om eten te verbouwen. Op die manier kunnen we bijdragen aan meer bewustwording over onder andere gezonde voeding.’

Natuurinclusief telen
‘Bij de Pluimerije bepaalt de natuur het tempo. We werken niet tégen, maar mét de natuur. De natuur heeft namelijk de beste oplossingen allang bedacht. We forceren niets met zwaar gereedschap en gebruiken geen bestrijdingsmiddelen. Hierdoor creëren we meer biodiversiteit en een gezonde bodem. Een goede bodem is absoluut het belangrijkste. Als je bodem gezond is, hebben alle soorten die erop groeien meer veerkracht. Ook het toepassen van een diversiteit aan eenjarige en meerjarige planten en dieren draagt bij aan een “symbiose” – een veerkrachtig ecosysteem dat in balans is, zodat veel verschillende levensvormen kunnen gedijen.’
Systeemverandering
‘Het huidige voedselsysteem is niet houdbaar. Met de Pluimerije laten we zien dat het anders kán. Telen voor een lokale gemeenschap: het kan. Telen op een duurzame en natuurinclusieve manier: het kan. Een rendabel bedrijfsmodel dat rekening houdt met klanten met weinig geld: het kan. Het is mooi om dit allemaal in de praktijk te laten zien. Het kan en het werkt en er is behoefte aan. De vraag is zelfs groter dan we aankunnen, dus inmiddels werken we met wachtlijsten. We hebben er bewust voor gekozen om niet te groeien. Het hoeft niet altijd groter.
Wel dachten we op een gegeven moment: zo’n plek als de Pluimerije zou je elk dorp of elke wijk gunnen. Daarom begeleiden we nu ook anderen bij het opzetten van vergelijkbare initiatieven. Dat doen we via de landelijke stichting Sociale Voedseltuinen Nederland. Zo hopen we ons concept te borgen voor de lange termijn.’